Foto`s
Laatste Forum Berichten
Geplaatst door webmaster
gezellige Agility competitie tussen de diverse kri[meer ...]
09 dec : 20:23

Geplaatst door webmaster
uitslagen Jonge Hondendag Kr. Gr. Oost Overijssel [meer ...]
01 sep : 19:28

Geplaatst door webmaster
i.p.v. ook hier alle herplaatsers nogmaals te verm[meer ...]
22 okt : 00:46

Geplaatst door webmaster
diever heeft inmiddels een nieuw huisje gevonden
19 mrt : 22:05

Geplaatst door webmaster
(bron: www.boxerherplaatsing.info)12.03.2012*naam [meer ...]
12 mrt : 19:39

Welkom
Inlognaam:

Wachtwoord:


Vergeet me niet

[ ]
[ ]
[ ]
Online
Gasten: 22
Leden: 0
Op deze pagina: 1
Leden: 39, Nieuwste: dd222
Rasbeschrijving
Rasbeschrijving van de boxer.
op dinsdag 25 januari 2005
door Harald auteurslijst
in content


Rasstandaard:


Land van herkomst ; Duitsland

Algemeen beeld:
Middelgrote, kortharige , stevige hond met een kort vierkant figuur en sterke botten.
De spieren moeten zeer droog zijn, krachtig ontwikkeld een aanschouwelijk onder de huid tevoorschijn komen.
Bewegingen zijn levendig, de gang vast , maar wel elastisch, de pas vrij en lang . de houding trots en edel. Hij mag bij zeer ontwikkelde kracht niet zwaar of plomp zijn en bij alle snelheid niet windhondachtig.

Karakter:
Karakter van de boxer is van het allergrootste belang en verdient ook speciale aandacht.
Z`n aanhankelijkheid en trouw t.o.v. zijn baas en gezin, waaksheid en onverschrokkenheid als verdediger en beschermer, zijn van oudsher beroemd. Ze zijn betrouwbaar in het gezin, maar wantrouwend t.o.v vreemden. Hij bezit een vrolijk en vriendelijk temperament bij het spel, maar angstaanjagend als het hem ernst is.
Zijn volgzaamheid en intelligentie, zijn reinheid en tevredenheid maken hem tot een fijne gezelschaps- en gezindhond.
Het karakter is niet vals of achterbaks , maar joviaal zelfs tot op hoge leeftijd.

Hoofd:
Het behoort in goede verhouding tot het lichaam te staan en vooral niet te licht te zijn.
De snuit dient een correcte vorm en juiste maatvoering tot de schedel te hebben.de schoonheid van het hoofd van de boxer berust op de harmonische maatverhouding tussen snuit en schedel.
Van welke richting het hoofd ook bekeken wordt, van voren , boven of van opzij, de snuit mag nooit te klein lijken.
Hoe dichter de breedte van de snuit die van de schedel benadert, hoe beter.
Daarbij moet de diepte met de breedte in overeenstemming blijven.
Het zogenaamde kikvorshoofd is verkeerd.
Het hoofd moet zo droog mogelijk zijn, d.w.z. zonder te sterke plooien.
Van nature vormen zich echter bij verhoogde aandacht plooien op de bovenschedel.
Vanaf de neuswortel aan beide zijden naar beneden zijn lichte plooien. Het donkere masker moet zich tot de snuit beperken. De ogen zijn donker omzoomd. Lippen voltooien de vorm van de snuit.
Zijn krachtig ontwikkeld en lopen in mooi gevormde bogen, scherp afstekend in de droge hals.

Bovenlip:
Deze is dik en vol. Vult de lege ruimte van voren op die gevormd is door het naar voren steken van de onderkaak en wordt door de sterk naar voren staande haaktanden gedragen.
Hierdoor ontstaat het voorvlak van de snuit. Dit moet zo groot mogelijk zijn , bijna vierkant zijn en met de neusrug een stompe hoek vormen. De onderste rand van de bovenlip rust op de rand van de onderlip. Het omhoog gebogen deel van de onderkaak met de onderlip, wij noemen dit de kin, moet iets voor de bovenlip uitsteken.
De kin moet dus zowel van op zij als van voren goed zichtbaar zijn, zonder buldogachtig vooruitgeschoven te zijn.
Als de mond gesloten is moeten de tanden niet zichtbaar zijn.

Kaken:
Beide kaken eindigen aan de voorzijde niet in een loodrecht vlak, het ondergebit steekt vooruit en buigt zich licht omhoog. De boxer bijt onder voor. De bovenkaak is breedt bij de schedel en verloopt ook breed, slechts naar voren versmallend. Zowel onder- als bovenkaak zijn dus van voren zeer breed. De haaktanden staan zover mogelijk van elkaar verwijderd , de snijtanden (6-8) in een rij, in het bovengebit in een licht naar voren gebogen, in het ondergebit en een zoveel mogelijk rechte lijn. Het gebit moet gezond en krachtig zijn.

Bovenschedel:
Gewelfd , noch kogelrond, vlak en mag niet te breed , de achterhoofdsknobbels niet te hoog zijn.De stop is scherp afgetekend en mag niet flauw zijn. De neusrug mag niet zoals bij de Bulldog in het voorhoofd zijn gedrukt, maar ook niet afvallen. De neus is zo breed mogelijk, zwart en zeer licht opgewipt.
Hij wordt licht onderbroken, de punt van de neus ligt iets hoger dan de wortel. De lengte van de neus in verhouding tot de schedellengte als 1:2 . Tussen de wijde neusgaten ligt de neus lippengroef.
Het voorhoofd de toont een goed aangegeven voorhoofdsgroef, die echter tussen de ogen niet te diep mag zijn. De wangspieren zijn i.o.m. het krachtige gebit ook krachtig ontwikkeld, zonder uit te puilen.

Ogen:
Het zo donker mogelijke oog mag noch te diep liggen, nog te klein , nog te vol zijn. Het mag geen somber dreigende indruk maken en nog minder stekend zijn, maar het verraad wilskracht.
De juiste uitdrukking is ernstig-trouw.

Oren:
De ongecoupeerde oren moeten in goede verhouding staan bij het hoofd , liever klein dan groot, dun aanvoelen en wijd van elkaar staan. In rust moeten ze vanaf de bovenschedel vlak tegen de wangen aanliggen en vlak langs het hoofd vallen. Wanneer de hond attend staat moeten de oren met een duidelijke vouw naar voren vallen.

Hals:
Niet te dik en kort, maar behoorlijk lang. Gespierd en krachtig, zonder kwabben en goed droog.
Hals moet in een elegante boog in de rug overgaan, waarbij aanzet van de nek duidelijk zichtbaar is.

Lichaam:
Borst diep en reikt tot de ellebogen. Borstdiepte bedraagt de helft van de totale hoogte van de boxer (winkelhaak aan schoft gemeten). Ribben goed gewelfd, maar niet tonvormig rond, ver naar achteren reikend, flanken kort en gespannen, onderbuiklijn verloopt in een elegante lijn naar achteren. Rug zo recht en kort mogelijk, sterk en breed gespierd, de schoft iets hoger. Lendenen breed, krachtig en kort, buik goed opgetrokken. Kruis breed en slechts licht aflopend.

Voorhand:
Schouder lang en schuin, goed gesloten aanliggend, zoveel mogelijk loodrecht. Hij vormt een rechte hoek met het schouderblad. De beide voorbenen moeten van voren af aan gezien recht zijn, aan elkaar evenwijdig staan en sterke, stevig aan elkaar verbonden knoken hebben. Ellebogen mogen niet te sterk tegen de borstwand gedrukt zijn, maar ook niet afstaan. Onderarm lang, loodrecht en met stevige spieren. Voorkniegewricht kort , moet goed maar niet overdreven zichtbaar zijn. Middenvoet kort, slechts weinig schuin, bijna loodrecht op de bodem staan. Voeten klein met gesloten , gebogen tenen en harde zolen.

Achterhand:
Sterk gespierd, waarbij de spieren keihard en goed onder de huid zichtbaar moeten zijn.
Dij is smal en vlak, maar breed en rond, de broekspieren eveneens sterk ontwikkeld. Dij- en schenkelbeen lang, de hoeken bij de heup en in het kniegewricht zo weinig mogelijk stomp. De knie moet in normale stand zover vooruitsteken , dat deze door een uit knobbels op het kruisbeen naar de grond neergelaten loodlijn nog wordt geraakt. De hoek van het spronggewricht moet ca. 140 ? bedragen, korte achtermiddenvoet gaat met een geringe afwijking van 95-100 ? naar de grond, dus niet volkomen loodrecht.
Van achteren gezien moeten de achterbenen recht zijn. Het spronggewricht droog, niet overdreven, met sterk hielbeen , de tenen voor slechts iets langer.

Staart:
De aanzet is eerder hoog dan laag en mag niet gecoupeerd worden.

Beharing:
Hard , kort en vlak aanliggend zijn. Kleuren zijn gestroomd of geel , waarbij geel in de meest verschillende schakeringen voorkomt. Middentinten zijn het mooist (geel-rood) Bij de gestroomde kleur zien we een scala van licht goud gestroomd tot de donkere stroming die haast zwart lijkt. De grondkleur en de zwarte stroming moeten duidelijk gescheiden zijn. De strepen mogen nog te dicht bij elkaar, nog hier en daar verspreid liggen. Grondkleur moet helder zijn, grondkleur en stroming mogen zich niet vermengen zodat de streperige tekening verdwijnt. Witte aftekeningen zijn niet verwerpelijk, ze kunnen zelf een aangename werking hebben. Lelijke aftekeningen , bv. geheel/ half wit voorhoofd, moeten als niet gewenst beschouwd worden. De witte aftekening moet minder dan 1/3 van de grondkleur geel of gestroomd zijn. De witte boxers worden wel in het hondenstamboek bijgeschreven maar krijgen op de stamboom de vermelding “kleur niet erkend”.

Gang:
De galop is de natuurlijke gang.

Grootte:
Reuen , 57-63 cm. Schofthoogte. Teven 53-59 cm. Schofthoogte. Gewicht van de teef : +/- 24-25 kg. En de Reu +/- 30-32 kg.

Fouten:
Iedere afwijking van voorgaand genoemde punten moet als een afwijking worden beschouwd, de beoordeling van de ernst van de fout moet in verhouding staan tot de mate waarin de fout zich voordoet. Bulldog achtig of plomp uiterlijk, te lichte bouw, gebrek aan evenredigheid, ontbreken van adel en slechte conditie. Bulldog- of pinchertype, vlakke stop, roofvogeloog, zichtbaar bindvlies, ontbreken van of zwart masker, tanden of tong zijn te zien, gebrekkig gebit, ontbreken van kin, te zwak ontwikkelde lippen, kwijlen, rozenoren , vlapperend en van het hoofd afstaand, niet vlak vallende oren, wammen , zwanenhals, te korte of te plompe hals. Te losse en steile schouders,. Franse stand, zwakke middenvoet, slechte voeten, lange rug , zadel-, of karperrug. Te smalle, vlakke of brede borst, hangbuik, aflopend kruis. Knikstaart of te laag aangezette staart, steile, stijve of te weinig gebogen achterhand. Gebrek aan spieren op het achterbeen, koehakkigheid. O- of sabeltenen, nauwe gang, hubertusklauwen, wakke spronggewrichten, achterhand te ver naar achteren geplaatst, of onderschoven, waggelende gang.

Reuen moeten twee volledig ontwikkelde normale in het scrotum ingedaalde testikels hebben.

+++++++++++++++++++++++++++++++

Rasstandaard

Algemeen

De Boxer is, in overeenstemming met zijn afstamming, een vechthond. Dit blijkt ook thans nog uit heel zijn bouw en aard. Men kan hem het beste met een sterke, tenger gebouwde atleet vergelijken, die een hoge mate van kracht en snelheid in zich verenigt. Het korte, harde haar dat geen bijzondere verzorging vereist, zijn kalme aard en een aangeboren liefde voor kinderen, maken hem tot een aangename huisgenoot. Tevens is hij een geboren waak - en geleidehond. Zijn goede neus maakt hem uitermate geschikt als werkhond (gebruikshond: onder andere politiehond en militaire hond). De Boxer behoort tot de middelgrote rassen; het is een stevige hond met een korte, vierkante figuur en sterke ledematen. De spieren moeten zeer droog zijn, krachtig ontwikkeld en aanschouwelijk onder de huid te voorschijn komen. De bewegingen van de Boxer zijn levendig, de gang vast, maar elastisch, de pas vrij en lang en de houding trots en edel. Als verdedigingshond moet hij over een zekere massa kracht en als geleidehond (naast paard of fiets) over volop uithoudingsvermogen beschikken; als een voortreffelijk springer mag de sierlijkheid echter niet ontbreken. De Boxer mag daarom, bij zeer ontwikkelde kracht niet plomp of zwaar zijn en bij alle snelheid niet windhondachtig. Het meest kenmerkende van de Boxer is zijn hoofd; het behoort in goede verhouding tot het lichaam te staan en vooral niet te licht te zijn. Nog sterker geldt dit voor de snuit, waarvan de correcte vorm en juiste maatverhouding tot de schedel van het grootste belang zijn. Bij de algemene beoordeling moet men er daarom in de eerste plaats op letten dat de onderdelen van het lichaam in de gewenste verhouding tot elkaar staan, en dat ze voor hun werk deugen. Daarnaast moet ook op een passende kleur worden gelet.

Hoofd

De schoonheid van het hoofd van de Boxer berust op de harmonische maatverhouding tussen snuit en schedel. Van welke richting het hoofd ook bekeken wordt, van voren, van boven of van opzij, de snuit mag nooit te klein lijken. Hoe dichter de breedte van de snuit die van de schedel benadert, hoe beter. Daarbij moet echter de diepte met de breedte in overeenstemming zijn. Een zogenaamd ' kikvorsenhoofd ' is verkeerd. Het hoofd moet zo droog mogelijk zijn, dus zonder te sterke plooien. Het donkere masker moet zich tot de snuit beperken. Bovendien zijn de ogen donker omzoomd. De lippen voltooien de vorm van de snuit. Ze zijn zeer krachtig ontwikkeld en lopen in mooi gevormde bogen, scherp afstekend in de droge hals. Bovenlip: de bovenlip is dik en vol . Deze vult van voren de lege ruimte op die door het naar voren steken van de onderkaak wordt gevormd en wordt door de sterk naar voren staande hoektanden gedragen. Daardoor ontstaat het voorvlak van de snuit. Dit moet zo groot mogelijk, bijna vierkant zijn en met de neusrug een stompe driehoek vormen. De onderste rand van de bovenlip rust op de rand van de onderlip. Het omhoog gebogen deel van de onderkaak, met de onderlip, die de kin wordt genoemd, moet iets voor de bovenlip uitsteken. De kin moet dus zowel van voren als van opzij gezien goed zichtbaar zijn, zonder bull -dogachtig vooruitgeschoven te zijn. Wanneer de mond gesloten is, mogen de tanden niet zichtbaar zijn. Kaken: de beide kaken eindigen aan de voorzijde in een loodrecht vlak, maar het ondergebit steekt vooruit en buigt zich licht omhoog. De bovenkaak is breed bij de schedel en verloopt ook breed, slechts weinig naar voren versmallend. Zowel onder - als bovenkaak zijn dus van voren zeer breed. Stop: scherp afgetekend; mag niet flauw zijn. Bovenschedel: de bovenschedel is gewelfd; noch kogelrond, noch vlak en mag niet te breed, de achterhoofdsknobbel niet te hoog zijn. De neusrug mag niet zoals bij de Bulldog in het voorhoofd zijn gedrukt, doch ook niet afvallen. Hij wordt licht onderbroken, dat wil zeggen dat de punt van de neus iets hoger dan de wortel ligt. De lengte van de neus verhoudt zich tot de schedellengte als 1:2. Het voorhoofd toont de goed aangegeven voorhoofdsgroef, die echter tussen de ogen niet te diep mag zijn. De wangspieren zijn in overeenstemming met het sterke gebit ook krachtig ontwikkeld, zonder echter uit te puilen.

Gebit

De Boxer bijt ondervoor. De hoektanden staan zover mogelijk van elkaar verwijderd, de snijtanden (6-8) in een rij, in het bovengebit in een licht naar voren gebogen lijn, in het ondergebit in een zoveel mogelijk rechte lijn. Het gebit moet krachtig en gezond zijn.

Oren

Gecoupeerde oren moeten hoog zijn aangezet, spits gesneden en niet te lang zijn; de schelpen mogen niet te breed en loodrecht worden gedragen. Ongecoupeerde oren moeten van een bij het hoofd passende grootte zijn, liever klein dan groot, dun aanvoelen en wijd uit elkaar staan. In rust liggen de oren vanaf de bovenschedel vlak tegen de wangen aan en vallen vlak langs het hoofd. Wanneer de hond een attente houding aanneemt, moeten de oren met een duidelijke vouw naar voren vallen.

NB: Sinds 30-04-1989 mogen de oren niet meer gecoupeerd worden !!!

Ogen

De zo donker mogelijke ogen mogen noch te klein, noch te vol zijn, noch te diep liggen. Ze verraden wilskracht en mogen geen somber dreigende indruk maken en nog minder stekend zijn. De juiste uitdrukking is trouw - ernstig. De neus is zo breed mogelijk, zwart en zeer licht opgewipt. Tussen de wijde neusgaten ligt de neus - lippengroef.

Lichaam

Hals: niet te kort en dik, maar behoorlijk lang. Daarbij krachtig en gespierd, maar goed droog en zonder kwabben. De hals moet in een elegante boog in de rug overgaan, waarbij de aanzet van de nek duidelijk zichtbaar is. Voorhand: de schouder lang en schuin, goed gesloten aanliggend, zoveel mogelijk loodrecht; hij vormt een rechte hoek met het schouderblad. De ellebogen mogen niet te sterk tegen de borstwand gedrukt zijn, maar ook niet afstaan. De onderarm moet loodrecht en lang zijn, met stevige spieren. Voorkniegewricht kort; het moet goed, doch niet overdreven zichtbaar zijn. Middenvoet kort, slechts weinig schuin, bijna loodrecht op de bodem staand. De borst is diep, reikt tot de ellebogen. De borstdiepte bedraagt de helft van de gehele hoogte van de Boxer (met een winkelhaak aan de schoft gemeten). De ribben zijn goed gewelfd, maar niet ton vormig rond, ver naar achteren reikend; de flanken zijn kort en gespannen, de onderbuiklijn verloopt in een elegante lijn naar achteren. De rug is zo kort en recht mogelijk, breed en sterk gespierd, de schoft iets hoger. Lendenen: breed, kort en krachtig, buik goed opgetrokken. Kruis breed en slechts licht aflopend. Achterhand: zeer sterk gespierd, waarbij de spieren keihard en goed onder de huid zichtbaar moeten zijn. De dij is niet smal en vlak, maar breed en rond, de broekspieren eveneens sterk ontwikkeld. Dij - en schenkelbeen zijn lang, de hoeken bij de heup en in het kniegewricht zo weinig mogelijk stomp. De knie moet in de normale stand zover vooruitsteken, dat deze door een uit de knobbels op het kruisbeen naar de grond neergelaten loodlijn nog wordt geraakt. De hoek van het spronggewricht moet ongeveer 140? bedragen, de korte achter middenvoet gaat met een geringe afwijking van 95- 100? naar de grond, dus niet volkomen loodrecht.
Grootte: schouderhoogte reuen 57-63 cm, teven 53-59 cm. Het gewicht van de reuen ongeveer 30-32 kg, teven ongeveer 24-25 kg.

Benen

De beide voorbenen moeten van voren gezien recht zijn, aan elkaar evenwijdig staan en sterke, stevig aan elkaar verbonden knoken hebben. Van achteren gezien moeten de achterbenen recht zijn. Het spronggewricht droog, niet overdreven, met sterk hielbeen.

Voeten

Klein met gesloten, gebogen tenen (kattenvoeten). De tenen v??r slechts iets langer.

Staart

Staart tot op ongeveer 8-10 cm ingekort, ontspringt hoog, opgewekt gedragen.

NB: Sinds 01-09-2001 mogen de staarten niet meer gecoupeerd worden !!!

Vacht

Het haar moet kort, hard en vlak aanliggend zijn.

Kleur

De kleuren zijn geel of gestroomd. Geel komt in de meest verschillende schakeringen voor van donker - hertenrood tot lichtgeel, maar de middentinten zijn het mooist (geel - rood). Bij de gestroomde kleur zien we een scala van kleuren van lichte goudstroom tot donkere stroming, die er bijna zwart uitziet. De grondkleur en de zwarte stroming moeten duidelijk gescheiden zijn; de strepen mogen noch te dicht bij elkaar, noch hier en daar verspreid liggen. De grondkleur moet helder zijn; grondkleur en stroming mogen zich niet vermengen zodat de streperige tekening verdwijnt. Witte aftekeningen zijn niet verwerpelijk, ze kunnen zelfs mooi aandoen. Boxers met witte grondkleur worden niet opgenomen of op tentoonstellingen toegelaten, evenmin als zwarte, geheel witte of anderskleurige. Lelijke aftekeningen, zoals een geheel of half - wit voorhoofd moeten als niet gewenst worden beschouwd. De witte aftekeningen moeten minder dan een derde van de grondkleur geel of gestroomd bedragen, anders worden de honden als bonten beschouwd, die ook niet in het stamboek worden opgenomen.

Bijzonderheden

Gang: de natuurlijke gang is de galop.
Fouten: plomp of bulldogachtig uiterlijk, te lichte bouw, gebrek aan evenredigheid, slechte conditie en het ontbreken van adel. Bulldog - of pinschertype,, vlakke stop, roofvogeloog, zichtbaar bindvlies, ontbreken van het masker of zwak masker; de tanden zijn zichtbaar of de tong, gebrekkig gebit, ontbreken van de kin, te zwak ontwikkelde lippen, kwijlen, slecht gecoupeerde en slecht gedragen oren. Bij ongecoupeerde oren moeten rozen oren , evenals fladderende en van het hoofd afstaande, niet vlak vallende oren als een fout worden aangemerkt. Wammen, zwanenhals, te korte of te plompe hals. Steile en te losse schouders. Franse stand. Zeer zwakke middenvoeten, slechte voeten. Lange rug, zadel - of karperrug. Te brede, te smalle of vlakke borst, hangbuik, aflopend kruis. Steile, stijve, te weinig gebogen achterhand, gebrek aan spieren op de achterbenen, koehakkigheid , O - of sabelbenen, nauwe gang, hubertusklauwen , zwakke spronggewrichten, overhoekt (de achterhand te ver naar achteren geplaatst) of onderschoven, waggelende gang.



In het kort :

Rasgroep: Dogachtigen / Molossers

Aard : onstuimig en trouw

Gemiddelde levensduur : 10 jaar

Schouderhoogte : reuen 57-63 cm, teven 53-59 cm

Gewicht : 25-30 kg

Vacht : geel of gestroomd, met of zonder witte vlekken

Aanleg : verdedigingshond en gezelschapshond

Omgang met kinderen : uitstekend

Omgang met andere honden : soms is de Boxer een beetje dominant

Leefruimte : de Boxer heeft er grote behoefte aan zich uit te kunnen leven; hij moet hiervoor minstens een tuin ter beschikking hebben

Vachtverzorging : weinig


+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Juni 2018
Geen gebeurtenissen deze maand.

ZMDWDVZ





12
3456789
10111213141516
17181920212223
24252627282930
Peilingen


hoe oud is je boxer ?



tussen 0 - 3 jaar

tussen 3 - 6 jaar

tussen 6 - 9 jaar

tussen 9 - 12 jaar

ouder dan 12 jaar



Geplaatst door webmaster
stemmen: 204
Voorgaande peilingen

Chatbox
Je moet zijn ingelogd om commentaar te kunnen plaatsen - log in of, als je nog geen lid bent, meld je hier aan


Nog geen berichten.
Teller