Foto`s
Laatste Forum Berichten
Geplaatst door webmaster
gezellige Agility competitie tussen de diverse kri[meer ...]
09 dec : 20:23

Geplaatst door webmaster
uitslagen Jonge Hondendag Kr. Gr. Oost Overijssel [meer ...]
01 sep : 19:28

Geplaatst door webmaster
i.p.v. ook hier alle herplaatsers nogmaals te verm[meer ...]
22 okt : 00:46

Geplaatst door webmaster
diever heeft inmiddels een nieuw huisje gevonden
19 mrt : 22:05

Geplaatst door webmaster
(bron: www.boxerherplaatsing.info)12.03.2012*naam [meer ...]
12 mrt : 19:39

Welkom
Inlognaam:

Wachtwoord:


Vergeet me niet

[ ]
[ ]
[ ]
Online
Gasten: 16
Leden: 0
Op deze pagina: 1
Leden: 39, Nieuwste: dd222
Levensles
op donderdag 26 januari 2006
door Harald auteurslijst
in content

HOE KON JE ?

Toen ik pup was amuseerde ik je met mijn gekke streken en maakte ik je aan het lachen. Je noemde mij je kind , ondanks een aantal kapotgekauwde schoenen en wat vermoorde kussentjes werd ik je beste vriend.

Als ik ?stout? was , schudde je met je vinger naar me en vroeg je me ??hoe kon je ? ?? , maar gaf je weer toe en rolde je me op de rug om mijn buik te kriebelen.

Mijn zindelijkheidstraining duurde wat langer dan verwacht omdat je het vreselijk druk had, maar daar hebben we allebei hard aan gewerkt.

Ik weet nog dat ik s`nachts mijn neus tegen je aansnurkte en naar je diepste gehiemen en droomen luisterde, en ik kon me geen beter leven voorstellen.

We maakten lange wandelingen en reden door het park, maakten ritjes in de auto, stopten om een ijsje te kopen (ik kreeg alleen het hoorntje want ``ijs is slecht voor honden``, zei je) en ik deed lange dutjes in de zon en wachtte tot je aan het eind van de dag thuis zou komen.

Geleidelijk ging je meer tijd aan je werk en je carri?re besteden.

En meer tijd aan het zoeken van een menselijke partner. Ik wachtte geduldig op je , troostte je als je gekwetst en teleurgesteld was, gaf je nooit op je kop als je een verkeerde beslissing nam en sprong vrolijk in het rond als je thuis kwam.

En toen werd je verliefd. Zij-inmiddels je vrouw- is geen ``hondenmens``

Toch verwelkomde ik haar in het huishouden, probeerde haar genegenheid te geven en gehoorzaamde haar. Ik was gelukkig omdat jij gelukkig was.

Toen kwamen de mensenbaby`s en ik deelde in je opwinding. Ik was gefascineerd door hun roze huidje, hoe ze roken , en ik wilde ze ook bemoederen. Alleen maakten jij en zij je zorgen dat ik ze pijn zou doen.

En ik werd de meeste tijd naar een andere kamer verbannen, of naar de bench. Oh ik wilde zo graag van ze houden, maar ik werd een ``gevangene van de liefde``. Toen
ze groeiden werd ik hun vriend.

Ze gingen aan mijn vacht en trokken zichzelf op wiebelige beentjes op, staken vingers in mijn ogen, onderzochten mijn oren en gaven mij kusjes op de neus. Ik hield van ze en van hun aanraking- jou aanrakingen waren nu zo zeldzaam- en ik zou hen met mijn leven hebben verdedigd als het nodig was geweest.

Ik glipte stiekum in hun bedden en luisterde naar hun zorgen en geheime dromen, en samen wachtten we op het geluid van jouw auto op de oprit.

Er was een tijd dat, als anderen je vroegen of je een hond had , je een foto van mij uit je portefeuille haalde en hen verhalen over mij vertelde.

De afgelopen jaren antwoordde je slechts ``ja`` en veranderde van onderwerp. Ik was van `` jouw hond`` verworden tot slechts ``een hond``, en iedere euro die je aan mij besteedde werd er ??n teveel. Nu heb je een carri?rekans in een andere stad , en jij en je gezin verhuizen naar een appartement waar geen honden toegestaan zijn. Je hebt de juiste beslissing genomen voor je ``gezin``, maar er was een tijd dat ik je ?nigste gezinslid was.

ik was blij opgewonden over de autorit, tot we bij het dierenasiel stopten. Het rook naar honden en katten, naar angst, naar hopeloosheid. Je vulde de paperassen in en zei, ``ik weet zeker dat jullie een goed tehuis voor haar vinden``.

Zij haalden hun schouder op en keken je meewarig aan. Zij kenden de harde werkelijkheid voor een hond van middelbare leeftijd, zelfs ??n met ``papieren``.

Je moest je vingertjes van je zoon van mijn halsband lostornen terwijl hij schreeuwde: ``Nee pappa! Laat ze niet mijn hond meenemen!``. En ik maakte mij zorgen om hem, en over wat je hem hiermee had bijgebracht over vriendschap en trouw, liefde en verantwoordelijkheid, en over respect voor alle leven. Je gaf me een afscheidsklopje , vermeed mij in de ogen te kijken, en weigerde beleefd mijn halsband en riem mee te nemen. Je moest nog een deadline halen- en ik nu ook.

Na vertrek zeiden de twee aardige dames dat je waarschijnlijk al maanden wist dat je zou verhuizen en dat je geen poging had gedaan om een goed tehuis voor me te vinden. Ze schudden het hoofd en zeiden ``hoe kon je ?``

Ze geven ons hier in het asiel zoveel aandacht als mogelijk is met hun drukke bezigheden. Ze voeren ons natuurlijk, maar al dagen heb ik geen trek meer.

In het begin rende ik elke keer als er iemand langskwam naar het hek, hopende dat jij het was. Dat je van gedachten was veranderd. Dat dit allemaal slechts een nare droom was. Of ik hoopte tenminste dat het iemand was die medelijden met me had, die me zou redden.

Toen ik me realiseerde dat ik niet opkon tegen die met gekke fratsen aandacht trekkende puppies, die geen idee hadden wat hen te wachten stond, trok ik me maar terug in het verste hoekje van mijn kennel en wachtte af.

Ik hoorde haar voetstappen toen ze me kwam halen aan het eind van de dag. En ik liep met haar terug de gang door naar een aparte kamer. Een gelukzalig stille kamer.

Ze plaatste me op de tafel en wreef over mijn oren en vertelde me dat ik me geen zorgen moest maken. Mijn hart bonkte in afwachting van wat er ging gebeuren, maar ook voelde ik een zekere opluchting.

Omdat het mijn aard is , had ik met haar te doen. De last die zij moesttorsen is zwaar, dat weet ik zoals ik ook altijd stemmingen aanvoelde.

Voorzichtig plaatste ze een tourniquet om mijn poot terwijl een traan over haar wang rolde. Ik likte haar hand op dezelfde manier als ik altijd bij jou deed om je te troosten, al die jaren geleden. Met grote vaardigheid liet ze de injectienaald in mijn ader glijden.
Toen ik de steek voelde en de koude vloeistof die zich door mijn lichaam verspreidde, ging ik slaperig liggen, keek haar in de ogen en fluisterde ``hoe kon je?``

Misschien begreep ze mijn hondentaal, want ze zei ``het spijt me zo``.

Ze hield me tegen zich aan en legde mij haastig uit dat het haar taak was ervoor te zorgen dat ik naar een betere wereld ging, waar ik niet genegeerd, mishandeld of verlaten kon worden of voor mezelf moest zorgen, een plaats van licht en liefde, zo verschillend van dit aardse bestaan.

Met het laatste beetje energie dat ik nog had, probeerde ik haar met een laatste kwispel te vertellen dat mijn ``hoe kon je?`` niet tegen haar gericht was.

Ik dacht aan jou, lieve baas. Ik zal altijd aan je denken en altijd op je wachten. Moge iedereen in je leven je zoveel trouw betonen.

Noot van de auteur (Jim Willis (2001):
Als de tranen je in de ogen stonden bij het lezen van
``Hoe kon je? `` , komt dat doordat het een samenvatting is van verhalen van miljoenen dieren die ieder jaar in asiels over de hele wereld sterven. Iedereen mag dit verhaal verspreiden voor niet commerci?le doeleinden, zolang de auteur wordt vermeld.

Gebruik het om mensen voor te lichten, op websites, in nieuwsbrieven, op prikborden in asiels en dierenartsenpraktijken. Vertel mensen dat een huisdier in huis nemen een belangrijke beslissing is, dat dieren onze liefde en zorg verdienen, dat het vinden van een ander, goed tehuis voor je dier je eigen verantwoordelijkheid is en dat ieder asiel en iedere dierenbeschermingsorganisatie je daarover goede adviezen kan geven, en dat alle leven kostbaar is.

******************************************************

LEVEN EN DOOD?

Van een hondje dat niets begrepen heeft en ook niet begrepen werd?

Ik open mijn ogen en zie mijn mama die warm is en dikke tepels heeft. Ik speel met mijn broers en zusjes, we grommen en bijten elkaar en hebben vreselijk veel lol. Ik kan al springen en wippen en blaffen wanneer er vreemde mensen komen die mij oppakken en meenemen naar hun huis. Alles ruikt daar vreemd en ik voel mij onwennig. Gelukkig leren de kinderen mij allemaal wilde spelletjes en dat is fijn. Ik mag in hun pantoffels bijten, op hun bed liggen, ze spelen trekspelletjes met me en de hele familie lacht als ik vreselijk grom. In de tuin jagen we achter elkaar aan en dan mag ik zelfs in hun broekspijpen bijten. Ik mag al doen wat ik wil, ze gieren het uit als ik tegen hen opspring. Ik ben gelukkig...

Ik word groter, sterker en krijg nieuwe tanden. Als ik nu tegen de kinderen opspring vallen ze soms om en huilen. De grote mensen zijn dan boos op me en roepen hard. Als ik nu een lekkere pantoffel vind en hem stuk bijt, pakken ze hem af en ze slaan me ermee. Als ze me van het bed jagen en ik grom naar hen ?want daar mocht ik toch slapen- roepen ze hard en jagen me de tuin in. Ik mag niet meer het huis in, niet meer spelen met de kinderen. Ze sluiten me op in een kooi. Ik ben ongelukkig. Ik begrijp niet wat me overkomt. Ik jammer, ik blaf omdat ik bij mijn mensen wil zijn. Ze laten me hier zitten. Het is verschrikkelijk om altijd alleen te zijn. Ik word gek. Als ik iemand uit het huis zie komen, hoop ik dat ze mij komen halen en ik blaf en ik wip tegen de bedrading van de kooi op. Dan roepen de mensen hard en soms gooien ze water naar me. Ik zit dagen, weken in mijn kooi. Ik heb het te warm, ik heb het te koud. Waarom zit ik hier? Ik wil eruit. Ik wil niet alleen zijn. Ik blaf en ik jammer.
Ik ben ongelukkig?

Nu zit ik ergens in een vreemde kooi met veel honden erin. We jammeren en soms komen er mensen naar ons kijken vanachter de tralies. Ik vertrouw niemand meer, zit achterin mijn kooi en weiger hen te bekijken. Ze blijven nooit staan voor mijn kooi. Ik blijf hier zitten. Waarom zit ik hier??
Daar komt een man met een lijn en een halsband in zijn hand. Is er dan toch iemand die mij wil?? Hij neemt me mee; vele gangen door naar een kamer waar het vreemd ruikt. Hij neemt een riem en snoert mijn snuit. Waarom doet hij dat, ik was toch niet van plan om hem te bijten?? Hij neemt me in zijn armen, wil hij dan toch vriendelijk zijn?
AU? wat doet hij nu? Hij steekt iets in mijn vel ? Ik kan mijn ogen niet meer openhouden, ze willen dicht. Ze slapen, mijn ogen, ik slaap. Ik hou op verdriet te hebben omdat ik alleen ben. Ik hou op mij af te vragen wat het was dat die mensen met mij voorhadden. Ik slaap, en niemand doet mij nog pijn, niemand roept nog hard?

Wil iedereen die erover denkt (weer) eens een nestje te fokken, die een pup gaat verkopen aan nietsvermoedende mensen, welke mijlenver van de natuur afstaan en er geen flauw besef van hebben dat, als je een pup bij zijn moeder weghaalt, je die moeder moet vervangen en die pup, dat hondenkind, met zachte hand moet opvoeden, moet leren zich te gedragen in deze mensenwereld, wil iedereen die pups de wereld instuurt deze, helaas te vaak voorkomende hondensage herlezen en proberen daar iets aan te doen????????

(Uit: ?De Stem?, N.I.T.C.)

*****************************************************

Until we meet again ..........

Ik weet wat je denkt. Je denkt dat ik dood ben.
Omdat je me niet meer kan zien met je menselijke ogen,
omdat je me niet kan voelen met je handen of me
in je armen kan houden. Je denkt dat ik voor altijd weg ben. Je herinnert je hoe ik eruit zag toen ik ging en je kan je niet voorstellen dat ik op een andere plek verder leef. Je bent verscheurd met verdriet en pijn over onze
scheiding en het maakt je blind voor datgene wat vlak bij je is.. IK.

Hoe vaak is je nu al verteld dat ik dood ben
en dat je er nu maar eens overheen moet zijn?
Hoe vaak heb je jezelf in slaap gehuild omdat je je niet begrepen
voelt, denkend dat je je er maar overheen moet zetten omdat mensen zeggen dat het normaal is?
Hoe vaak heb je jezelf gepijnigd omdat je niet bereid
bent te accepteren dat ik dood ben.
Terwijl niemand het schijnt te begrijpen.

Ik wil dat je iets voor me doet. Ga terug in de tijd met me. Herinner je de
dag dat je me mee naar huis nam.
Was ik niet het meest intrigerende schepsel dat je ooit ontmoet hebt?
Keek ik niet naar je met totale liefde,
zodat je niets liever wilde dan de rest van je leven met me te delen? Dit wilde ik ook!
Herinner je de dagen nog waarin ik jong en gezond was,
en de dingen die we allemaal samen deden?
Je was zo trots op me!
Ik was je beste vriend die voor je zorgde als je huilde,
boos was of verdrietig.
En wanneer je door verplichtingen niet zoveel tijd voor me had,
wachtte ik geduldig op je.
Ik was er altijd voor je.
Ik keek naar je met zoveel acceptatie, liefde en geduld dat
je je soms een beetje onwaardig voelde.
Je was in mijn ogen nooit onwaardig, onthoud dit goed!

Weet je nog toen ik ouder werd?
Mijn botten werden stijf en mijn bewegingen langzamer.
Toch begroette ik je altijd bij de deur, en volgde je door het huis.
We zijn zo lang samen geweest.
Ik was je beste vriend, wat je ook deed of zei.
Ik keek naar je met zoveel warmte en begrip dat je je overspoeld voelde.
Ik kon niet genoeg van je krijgen.

Herinner je de laatste keer dat we elkaar met aardse ogen zagen.
Je probeerde dapper te zijn, maar ik wist dat je huilde.
Ik ken je te goed, beter dan wie dan ook in de wereld.
Ik keek naar je met puur vertrouwen en liefde,
en je wilde me wel voor eeuwig veilig bij je houden.
Je beloofde me dat je altijd van me zou houden.
Ik geloofde je.

Waarom heb je me dan laten gaan door te geloven dat ik niet meer besta?
Herinner je de diepte in mijn ogen,
al die keren dat ik naar je keek met acceptatie, geduld,
vertrouwen en liefde. Wie heeft die diepte en liefde gemaakt?
Welke schepper zou ons lied van vreugde en liefde teniet doen?
Ik ben niet langer een aards figuur.
Maar mijn lichaam was slechts een deel van wie ik ben.
Mijn lichaam zou alleen maar een leeg omhulsel zijn als het niet
gevuld was geweest met mijn ziel, mijn geest, mijn liefdevol licht.

Toen we elkaar ontmoetten was ik schattig en lief.
Wat was onze relatie geweest als dat alles was dat ik kon zijn?
Hoe had je van me kunnen houden als ik geen
geestelijke diepgang had gehad?

We zijn allemaal gemaakt van de energie die diep in ons zit.
Het is onze ziel, onze geest, ons liefhebbende licht.
Het is die energie dat het leven is.
Het heeft geen begin en geen eind.
Het is er gewoon en zal er altijd zijn.
Zonder dat zou er geen leven zijn.
Je kan het niet zien of vasthouden.
Je kan alleen maar weten dat het er is.
Het is een weten zoals dat je weet dat onze liefde bestond.
Die liefde kon je niet vasthouden of zien,
je kon alleen weten dat het er was.

Ze zeggen dat je me maar moet vergeten,
dat je me nooit meer zal zien omdat dieren nou eenmaal niet naar de hemel gaan.
Ik ben hier om je iets anders te vertellen.
Jij was mijn eeuwige liefde waard, net als ik de jouwe waard was.
Denk je echt dat die liefde voor altijd van ons weggenomen zou worden door een schepper alleen maar omdat ik geen mens was?
Was ik geen levend, ademend, liefhebbend wezen?
Hoe had ik kunnen bestaan als ik geen ziel,
geen energie, geen liefdevol licht had?
En als dit licht er altijd zal zijn, hoe kan ik dan dood zijn?
Als mijn wezen niet van de energie van het leven was,
hoe had ik dan kunnen leven? Jij weet beter!

Je huilt omdat je me mist. Ik mis jou ook.
Ik mis de buikkriebels, de omhelzingen en de kussen die we deelden.
Maar het leven gaat door na deze
geweldige waardevolle fysieke omgeving.
Ik kwam hier om een nieuw leven te leiden.
Ik ging niet weg omdat ik niet meer van je hou of omdat ik iets
beters wilde. Ik ging weg omdat het tijd was voor de volgende fase in mijn bestaan, iets wat alle levende wezens ooit moeten doen.
Mijn aanwezigheid in jouw leven was en is een gave die je moet eren. Net zoals ik jou eerde!
Leven is niet alleen maar simpelweg in een lichaam geboren worden, een paar jaar te leven om dan te sterven.
Energie kan niet sterven!
We krijgen allemaal een bepaalde tijd in een lichaam zodat we kunnen leren, delen en groeien.
Het bereid ons voor op de volgende fase van ons bestaan.
Het lichaam houd de echte levensenergie in zich, onze ziel.
Zonder dat zouden onze lichamen leeg zijn.

Zonder onze energie zouden we inderdaad dood zijn,
en konden we nooit onze liefde voor elkaar ervaren.

Je zegt dat je alleen nog maar herinneringen hebt. Dit is niet waar.
Weet je, toen ik mijn aardse lichaam verliet, liet ik iets bij je achter.
Je kan het niet aanraken of vasthouden, daar is het te groot voor.
Ik liet een stukje van mijn ziel bij je achter.
Ik plaatste het naast jouw ziel, dat vond ik een passende plaats omdat we altijd samen waren in het aardse leven.
Ik hou teveel van je om je alleen maar met herinneringen achter te laten, omdat herinneringen vervagen.
Ik hou teveel van je om zomaar te verdwijnen.
Het zou te ego?stisch van me zijn om liefde en licht uit je leven weg te nemen.

Ik begrijp je tranen. Iedere traan is een bewijs van jouw liefde voor mij, en ik voel me vereerd en nederig.
Maar vergeet niet de goede dingen die we deelden.
Denk daaraan en glimlach dan. Dat is een eer voor mij.
En als je me nodig hebt zal ik er zijn.
Sluit je ogen, adem diep en langzaam en haal mij voor de geest.
Sluit de wereld even af, en sluit je idee?n over dood af.
Geef me een kans. Zoek naar subtiele signalen die ik je stuur. Houd niet op trots op mij te zijn, ik ben en blijf een vriend waar je trots op kunt zijn.

Ik ben dus nog steeds je vriend!
Houd mijn dood niet in je gedachten, maar eer en vier mijn eeuwige leven. Want het is eeuwig, net zoals mijn liefde voor jou.

Tot wederziens bij de regenboogbrug!

*****************************************************

De terugkeer van de Regenboog-brug

De kleine hond arriveerde bij de Regenboog-brug, en een meute honden kwam op hem aanstormen om hem te begroeten.
Hij zette zich schrap, omdat hij verwachtte dat hij aangevallen werd, maar dit was de eerste meute honden die hem kwispelend tegemoet kwam en hem kuste in plaats van aan te vallen.

Het was prachtig hier, en iedereen was aardig voor hem. Geen van zijn nieuwe vrienden was geboren bij een broodfokker, zoals hij, en gebruikt voor hondengevechten, en achtergelaten in een asiel omdat hij een kruising was, getekend door de strijd, en niet snoezig.
Ze vertelden hem waarom ze wachtten op de mensen die van ze hielden.
''Wat is liefde''? vroeg hij,?? en God besloot om hem terug te laten keren naar de aarde om dat te ontdekken.

Het was warm en donker, het hondje nestelde zich bij de anderen en wachtte om weder geboren te worden.
Doodsbang was hij. Hij bleef achter zolang hij kon, uiteindelijk werd hij eruit getrokken aan zijn achterpootjes.
Handen zonder bont hielden hem voorzichtig vast en veegden hem teder droog, opende zijn mond en leidde hem naar een warme tepel met melk.
Hij kon hem niet goed vasthouden, want een van zijn dikke broers duwde hem opzij. De menselijke hand schoof de andere pup naar een andere tepel en hield ter ondersteuning zijn lijfje vast zodat hij kon drinken Ahhh, dat is beter dacht hij, en dronk totdat zijn kaakjes er moe van werden, en doezelde in slaap naast zijn warme, harige moeder.

''Ik herinner mij dit'', hij peinsde, jammer dat hij weer op moet groeien om klappen te krijgen, achter gelaten te worden in de koude regen en gebruikt voor hondengevechten en te sterven als een hond die niemand wil.
''Ik herinner mij hoe het was om een hond te zijn'', dacht hij droevig.


Die nacht kroop hij naar zijn moeder en probeerde te drinken, maar de anderen bleven hem maar wegduwen, hij kon er niet bijkomen. Toen ze eindelijk verzadigd waren en hun achterste schoon was gelikt, kon hij eindelijk een tepel bemachtigen.
Maar de menselijke handen waren er niet om hem te ondersteunen en er was in geen enkel tepel nog een druppel melk te vinden.
Hij was zwak en zo klein, het was zelfs moeilijk om recht overeind te blijven, hij viel om, rolde op zijn rug en kon zelf niet meer omhoog komen,

Hij begon heftig te janken, en plotseling waren de mensenhanden daar, ze tilden hem op en duwden een rubber ding in zijn mond. Het smaakte en voelde niet als zijn moeder, maar het was warm en haalde dat rare gevoel uit zijn buikje weg. Even later had hij moeite met ademen, zijn longen waren niet voldoende ontwikkeld, omdat hij te lang had gewacht om zich bij de anderen aan te sluiten toen hij nog snel een stoeipartijtje wilde doen bij de Regenboog-brug.
Hij voelde de hartslag van de mens die hem op haar borst had gelegd en hij werd bedekt met warme zachte stof om hem warm te houden, en zijn benige lijfje werd met zachte tedere bewegingen gemasseerd.

Hij bleef maar denken aan zijn nieuwe vrienden die zo aardig voor hem waren bij de Bridge, en vroeg God of hij terug mocht. ''Ja'', zei God," maar nu nog niet, jij wilde toch weten wat liefde was?"

Dus, voor de komende uren ( het leken wel dagen, maar het was donker en hij kon niet weten hoe laat het was) gaven de mensen hem bijvoeding en lieten hem kennis maken met de warmte van zijn moeders lichaam en haar tong en een hoop warme en zachte metgezellen.
Hij werd steeds zwakker, en de mens pakte hem steeds vaker, ze lieten de andere pups slapen terwijl hij werd vertroetelt en gekust, hij mocht luisteren naar een hartslag die sterk en liefdevol was.

Uiteindelijk kwam God terug en vroeg: ''Ben je klaar om terug te komen naar de Regenboog-brug?" "Ja," gaf hij als antwoord,?? met een beetje spijt, want de mens wilde hem niet laten gaan, die zat te huilen.
Hij drukte de laatste lucht uit zijn longen en zweefde terug naar de Regenboog-brug.

Hij keek nog achterom naar de mens die nog steeds zat te huilen en het levenloze lijfje dat hij geleend had voor zijn reis, nog stevig vast hield.
''Dank je God'' zei hij. ''Liefde is prachtig, en ik zal wachten bij de Regenboog-brug en de mens laten weten, als ze komt, ...
dat ik ook van haar houd.

Geschreven door: Joy LaCaille

*Vertaling door: Ineke de Jongh*

*****************************************************





Februari 2018
Geen gebeurtenissen deze maand.

ZMDWDVZ




123
45678910
11121314151617
18192021222324
25262728


Peilingen


hoe oud is je boxer ?



tussen 0 - 3 jaar

tussen 3 - 6 jaar

tussen 6 - 9 jaar

tussen 9 - 12 jaar

ouder dan 12 jaar



Geplaatst door webmaster
stemmen: 203
Voorgaande peilingen

Chatbox
Je moet zijn ingelogd om commentaar te kunnen plaatsen - log in of, als je nog geen lid bent, meld je hier aan


Nog geen berichten.
Teller